Pleegouders zorgen voor het kind van anderen. Misschien zijn jouw ouders dat ook van plan. In dat geval wordt jullie gezin een pleeggezin en krijg jij er een pleegbroer of pleegzus bij.
Een pleegkind kan niet bij zijn eigen ouders wonen omdat die bijvoorbeeld problemen hebben of ziek zijn. Als die problemen zijn opgelost, gaat het kind weer naar huis terug. Soms is dat al snel. Andere kinderen blijven bij hun pleegouders wonen tot ze groot zijn.
Boos, stil of verdrietig
Pleegkinderen hebben thuis veel meegemaakt. Sommige kinderen zijn boos, stil of verdrietig. Niet omdat hij of zij je ouders en jou niet aardig vindt. Het is gewoon niet makkelijk om ineens bij andere mensen te moeten wonen.
Wanneer een pleegbroer of -zus in huis komt wonen, gaat er ook voor jou wel wat veranderen. Om vooraf goed te weten wat je hier van vindt en hoe je hier mee om kunt gaan, is het goed om meer over pleegzorg te weten. Je kunt met je ouders of een goede bekende over pleegzorg praten.
Wat vind jij?
Het is belangrijk dat ook jij het goed vindt dat er een pleegkind in huis komt wonen. Je zult altijd een eigen plek in huis houden, maar je zult ook dingen moeten gaan delen die je eerst misschien alleen voor jezelf had.
Als een pleegkind bij jullie komt wonen, komt de pleegzorgbegeleider af en toe bij jou thuis om te kijken of alles goed gaat en praat ook met jou. Je kunt dan de leuke dingen vertellen, maar ook de moeilijke.
Er komt misschien een dag dat het pleegkind weggaat. Dat is altijd moeilijk, vooral als jullie vrienden of vriendinnen zijn geworden. Aan de andere kant is het fijn dat een pleegkind weer naar huis kan. Dat betekent dat de problemen thuis zijn opgelost. Sommige kinderen gaan weg omdat zij naar een tehuis gaan waar meer kinderen wonen.