Protocollen, lijsten, rapportages, richtlijnen……is dat nodig? Blog over de ‘soep’ van Jan Fahner

 

Al jarenlang kook ik soep. Lekkere Juliennesoep. Niks mis mee.

Een paar jaren geleden kwam er een kennis die zei: “Schrijf eens op hoe je die soep maakt”. Ik vond het een goed idee, en ik noemde het ‘protocol voor soep’. Als ik soep ging koken, deed ik dat precies volgens het SP: soepprotocol.

Toen kwam er iemand die zei: “Als je nu eens precies opschrijft wat je erin doet, dan kun

je de ingrediënten afvinken op een lijst.” Zo gezegd, zo gedaan. Ik noemde de lijst NVMVL: ‘niet Vonken, maar Vinken lijst’, en vergat daardoor niets toe te voegen. Het kostte wel meer tijd, maar dat nam ik maar voor lief.

Soeprapportage

Als ik eens van huis moest, vroeg ik één van de kinderen in de soep te roeren. Dat ging prima. Toen zei mijn dochter: “Pap, je moet opschrijven wanneer je precies roert, hoe lang, en hoe vaak.” “Dat is goed”, zei ik, en ik noemde het de ‘soep-rapportage’. Voortaan schreef ik eerst een overdracht voordat ik van huis ging. Mijn dochter vond mijn overdracht soms wat stellend en daarom volgde ik een training waardevrij rapporteren. Dat hielp en dat was goed.

Mijn buurman, die bij de vrijwillige brandweer zit, kwam langs. Hij vroeg of ik wel dacht aan de veiligheid. “Houd je je wel aan de voorschriften, voor je het weet heb je de vlam in de pan.” Daar had ik wel van gehoord, dus ging ik op cursus een speciale cursus: BHV, ik dacht dat het betekende: ‘Bereveel Heftige Voorwaarden’, ik leerde veel en zag het belang van deze cursus die als voordeel had dat ik gelijk ook EHBO en reanimatie onder de knie kreeg. We hadden alleen die week helaas geen tijd meer voor onze soep.

Specialistische kennis

Tijdens de BHV scholing hoorde ik van een medecursist dat niet iedereen zomaar mee mocht helpen met mijn soep. Men moest namelijk SKJ geregistreerd zijn. Ik noemde de nieuwe regels dan ook de SKJ registratie: “Specialistische Kennis Juliennesoep”. Voortaan werd eerst bekeken of men SKJ geregistreerd was voordat er geroerd mocht worden. Helaas mochten mijn kinderen niet meer helpen. Maar we vormden wel een intervisiegroep, en een Julienne casuïstiekgroep, we evalueerden, reflecteerden, controleerden en hielden teamoverleg. En als er tijd over was, maakte ik gauw nog wat soep.

Te druk

Dit laatste lukte vaak niet omdat we te druk waren met het bijhouden van een lijst. Deze lijst was nodig om aan te tonen aan de gemeente wie, wanneer aanwezig was en hoelang we bezig waren met onze soep. Dit wordt ook wel TR genoemd. In de volksmond: “Tijd Registratie”. Deze registratie was erg belangrijk zodat we aan konden tonen dat we voldeden aan de zogenoemde PN: ‘productie norm’! Als we deze norm niet haalden dan hadden we een groot probleem, dat had als consequentie dat we geen aanvoer meer kregen van benodigdheden voor onze soep. Dus bedacht ik dat we onze ‘Tijd Registratie’ maar moesten laten controleren door mijn buurman die toevallig accountant is. Dan zorgde hij dat alles klopte en zo kregen we toch onze benodigdheden. Nadeel was dat hij er zoveel werk aan had dat hij er geld voor vroeg. Ik heb dan ook overwogen om te stoppen omdat de soep anders te duur werd. Echter door de complimenten die ik kreeg over mijn soep, ben ik het blijven maken.

Nog meer richtlijnen

Toen kwam mijn tante eens langs. Ze was op vakantie geweest en had iets nieuws geleerd: De NJI richtlijnen. Dat betekent: “Nog Juister Inspecteren”, zei ze. “Er zijn lijsten over hoe groot de pan moet zijn, hoe lang de pollepel, de potjes voor de ingrediënten en richtlijnen voor de inrichting van de keuken. Ook mag je je keukenschort niet meer aan, maar moet je in je eigen kleding soep maken, dat is huiselijker. En hier heb ik de LIRIK vragenlijsten voor de risicotaxatie omdat je ook kinderen in je soep laat roeren, waarbij je richtlijnen hebt voor het links- of rechtsom roeren, het vetpercentage, de calorieën, en natuurlijk de protocollen, de SKJ-registratie, de observatielijsten, de jaarlijkse BHV trainingen en de veiligheidscertificaten. En al deze lijsten worden periodiek gecontroleerd door mensen die door de overheid worden aangesteld en mij bij juistheid en naleving van dit alles een keurmerk gaven. En natuurlijk hebben we ook een accreditatieplan, dat wil zeggen dat we bij elkaar in de pan gaan kijken. We houden evaluaties, kortom, aan álles, maar dan ook ECHT AAN ALLES wordt gedacht!”

U begrijpt, dit is allemaal erg handig, en er is (serieus 😉) ook bij goed gebruik veel voor te zeggen en waardevol. Maar ik denk wel tijdens het invullen van al die lijsten:

“WIE BEKOMMERT ZICH NU OM DE JULIENNESOEP???”

 

Jan Fahner

Manager ACH en IAZ